Purmerend: parkeerbeleid als motor voor een leefbare stad
20 april 2026De gemeente Purmerend kiest met haar nieuwe parkeerbeleid nadrukkelijk voor een andere koers: minder ruimte voor de auto en meer ruimte voor een aantrekkelijke, leefbare stad. Volgens Dennis Woning, strategisch adviseur mobiliteit, is die verandering niet alleen logisch, maar ook noodzakelijk. “Parkeren is geen doel op zich,” zegt hij, “het is een middel om de stad beter te laten functioneren. En dat vraagt nu om andere keuzes dan tien jaar geleden.”
Eén stad, nieuwe uitgangspunten
De noodzaak voor vernieuwing diende zich eigenlijk vanzelf aan. Door de fusie van Purmerend en Beemster in 2022 werkten de gemeente nog met twee verschillende parkeerbeleidsplannen. Het meest recente plan stamde uit 2012. De opgaven in de stad zijn ingrijpend veranderd: er is meer behoefte aan woningen, aan groen, aan ruimte voor energievoorzieningen en aan veilige, aantrekkelijke openbare ruimte. “Met verouderd beleid kun je die keuzes niet goed maken” vertelt Dennis. “Dan blijf je te veel redeneren vanuit de auto, terwijl de ruimte schaars is. Daarom gaan we uit van het STOMP-principe. Eerst stappen en fietsen (trappen), daarna openbaar vervoer en deelmobiliteit (MAAS), en pas als laatste de (privé)auto”

Dennis Woning
Het nieuwe beleid is daarom breed en zorgvuldig opgebouwd. Naast deskresearch speelde participatie een grote rol: meer dan 3.500 inwoners vulden een enquête in, stakeholders werden geïnterviewd en via klankbordgroepen en een werksessie met de raad werd het beleid verder aangescherpt. Dennis: “die combinatie van data en praktijkervaring zorgt ervoor dat het beleid niet alleen klopt op papier, maar ook aansluit bij wat er leeft in de stad. Dit jaar wordt ook de nieuwe parkeernormennota vastgesteld. De verwachting is dat daar meer discussie over ontstaat dan bij het parkeerbeleid.”
Minder auto, meer stad
De meest zichtbare verandering speelt zich af in de binnenstad, waar het uitgangspunt is om parkeren op straat terug te dringen. Die ruimte wordt ingezet voor voetgangers, fietsers en vergroening. Parkeren verschuift naar de randen van het centrum en dat betekent dat bezoekers en ondernemers soms iets verder moeten lopen. Tegelijkertijd blijft bereikbaarheid een belangrijk uitgangspunt. “Als een parkeerplaats op straat verdwijnt, wordt die in principe binnen vijf minuten loopafstand gecompenseerd, tenzij er al voldoende capaciteit is,” legt Dennis uit.
Om het systeem flexibel te houden, komen er aanvullende oplossingen zoals Shop&Go-parkeerplaatsen voor kort bezoek en blijven voorzieningen voor mensen met een beperking dichtbij beschikbaar. “Het is een herverdeling van ruimte waarbij verblijfskwaliteit zwaarder weegt.”
Sturen met 4B’s
Een belangrijk onderdeel van het nieuwe beleid is de manier waarop de gemeente omgaat met parkeerdruk. Daarbij wordt gewerkt met de zogenoemde 4B’s: benutten, beïnvloeden, bouwen en beprijzen. Dit pakket maatregelen maakt het mogelijk om gericht in te grijpen wanneer de parkeerdruk oploopt, bijvoorbeeld door beter gebruik van bestaande capaciteit of door regulering. Tegelijkertijd wordt een vergunningenplafond ingevoerd dat meebeweegt met het aantal beschikbare parkeerplaatsen, zodat vraag en aanbod beter in balans blijven.
Opvallend is dat het beleid niet alleen kijkt naar schaarste, maar ook naar overschot. In gebieden waar de parkeerdruk laag is, ontstaat ruimte voor andere functies. “Daar kijken we juist hoe we parkeerplaatsen kunnen omzetten naar groen, waterberging of bijvoorbeeld ruimte voor middenspanningshuisjes,” zegt Dennis. “Of we benutten de ruimte voor gebiedsontwikkeling. Het gaat erom dat je per gebied de juiste keuze maakt.”
Verleiden in plaats van afdwingen
Komende jaren wordt er meer geïnvesteerd in alternatieven voor de auto om zo de mobiliteitstransitie gestalte te geven. Dat betekent concreet dat er meer wordt geïnvesteerd in fietsvoorzieningen en aantrekkelijk openbaar vervoer, zoals de gratis stadsbus (afgelopen twee jaar in de decembermaand) en mogelijk deelmobiliteit.
Volgens Dennis draait het daarbij niet om dwang, maar om verleiding. “Als de alternatieven goed zijn, gaan mensen vanzelf andere keuzes maken. Je moet het makkelijker en aantrekkelijker maken om niet altijd de auto te pakken.”
Draagvlak en resultaat
Meer sturing betekent niet automatisch meer verplichting. Het invoeren van betaald parkeren of andere vormen van regulering gebeurt alleen als bewoners dat zelf willen. Daarmee blijft het beleid stevig verankerd in de lokale praktijk. Het succes van het parkeerbeleid wordt de komende jaren zichtbaar in meerdere indicatoren: een hogere bezettingsgraad van parkeergarages, minder foutparkeren in drukke wijken en een slimmere inzet van ruimte in gebieden met lage parkeerdruk. Maar de echte winst zit volgens Dennis in de kwaliteit van de stad. “Als we meer ruimte kunnen maken voor groen, ontmoeting en beweging, dan zie je dat direct terug in hoe mensen de stad ervaren. Dat is uiteindelijk waar dit beleid om draait.”